Kies je een lange of een korte rentevaste periode?

Een rentevast periode van 10 jaar is goedkoper dan een rentevaste periode van 20 of 30 jaar. Kies je voor een lange rentevaste periode, dan accepteer je extra kosten.

Vastzetten van de rente houdt in dat de rente gedurende die periode niet wijzigt. Meestal geldt: hoe korter de rentevaste periode, hoe lager de rente.

Meest gekozen rentevaste periodes

  • Rente 10 jaar vast
  • Rente 20 jaar vast

Wat is de beste rentevaste periode?

Er is geen beste rentevaste periode. De toekomstige renteontwikkeling zal uitwijzen wat de beste keuze zou zijn geweest. Je kiest de rentevaste periode die het beste bij jou past.

Meer lenen bij een rentevaste periode vanaf 10 jaar

Bij een rentevaste periode van 10 jaar of langer mag je meer lenen dan bij een kortere rentevaste periode (< 10 jaar).

 

Toetsrente 5% bij rentevaste periode < 10 jaar
Bij een rentevaste periode korter dan 10 jaar moeten geldverstrekkers de maximale hypotheek uitrekenen met een toetsrente van 5% (2020), in plaats van de werkelijke hypotheekrente die veel lager is. Het bedrag dat je maximaal kunt lenen wordt hierdoor veel lager.

Rentevastperiode en renterisico

Je loopt een renterisico wanneer de rentevaste periode korter is dan de resterende looptijd van de hypotheek.

 

Geen rente risico
De vraag is of jij dit renterisico kan en wil lopen. Is het antwoord op beide vragen ‘neen’ dan past een periode die gelijk is aan de looptijd van de hypotheek.

Geen renterisico:

  • Je zet rente 30 jaar vast;
  • Of je zet de rente vast voor de hele resterende looptijd van de hypotheek

De bruto maandlasten blijven de hele looptijd gelijk.

Zeer beperkt renterisico

  • Je zet de rente 20 tot 29 jaar vast;
  • Pas nadat de rentevast periode is afgelopen kan de rente worden gewijzigd.

Vaak is een groot gedeelte van de hypotheek afgelost waardoor een rentestijging na de rentevaste periode veel minder invloed heeft op de maandlasten.

Beperkt renterisico

  • Je zet de rente 10 tot 20 jaar vast;
  • Je loopt renterisico nadat de rentevast periode is afgelopen.

Vaak is er een gedeelte van de hypotheek afgelost waardoor een rentestijging na de rentevaste periode minder invloed heeft op de maandlasten.

Significant renterisico

  • Je zet de rente 5 tot 10 jaar vast;
  • Je loopt renterisico nadat de rentevast periode is afgelopen.

Vaak is er een pas een klein gedeelte van de hypotheek afgelost waardoor een rentestijging na de rentevaste periode behoorlijke invloed kan hebben op de maandlasten.

Groot renterisico

  • Je zet de rente 1 tot 5 jaar vast;
  • Je loopt renterisico nadat de rentevast periode is afgelopen.

Vaak is er een pas een zeer klein gedeelte van de hypotheek afgelost waardoor een rentestijging na de rentevaste periode grote invloed kan hebben op de maandlasten.

Continu renterisico

  • Variabele rente;
  • Elke maand wordt de rente opnieuw vastgesteld;
  • Bij een hoge lening ben je extra gevoelig voor rentestijgingen;
  • Maandlasten kunnen zeer snel stijgen (en dalen).

Meerdere rentevaste periodes
Je mag de hypotheek splitsen meerdere hypotheekdelen. Per deel kan worden gekozen voor een andere rentevaste periode. Je bent daardoor minder afhankelijk van het aflopen van een rentevaste periode op één moment.

  • Leningdeel 1: rentevast voor 10 jaar
  • Leningdeel 2: rente vast voor 20 jaar
  • Leningdeel 3: rente vast voor 30 jaar

Voordelen rente vast zetten

  • Zekerheid: Het vastzetten van hypotheekrente geeft zekerheid over je maandlasten. Je weet hoe hoog je lasten zijn tijdens je rentevaste periode.
  • Rentestijging: Stijgt de rente tijdens de rentevaste periode, dan heb je daar geen nadeel van. Jouw maandlasten blijven gelijk.
  • Meer lenen: Bij een rentevast periode van 10 jaar vast of langer kun je veel meer lenen.

Nadelen rente vast zetten

  • Daling van rente: Daalt de rente in de rentevaste periode dan heb je daar geen voordeel van. Je maandlasten blijven gelijk.

  • Hogere rente: Zekerheid kost geld, hoe langer je de rente vast zet, hoe hoger de hypotheekrente (meestal).
  • De meeste mensen maken de gekozen rentevaste periode niet af. Bijvoorbeeld door verhuizen, extra aflossen of oversluiten. In zulke gevallen was – achteraf bezien – een kortere rentevastperiode een betere keuze geweest; er was dan minder rente betaald.

Historie hypotheekrente

Grafiek met de historie van de hypotheekrente vanaf 2000.

Hoe groot is het renterisico?

Kun je de hypotheek nog betalen bij een rentestijging van 2%
Houd rekening met rentestijgingen. De maandlasten stijgen door een verhoging van het rentepercentage. Hoe korter de rentevaste periode, hoe sneller renteverhogingen effect kunnen hebben op de maandlasten.

 

Het renterisico van een aflossingsvrije hypotheek is groter dan van een annuïteitenhypotheek. Bij een lineaire hypotheek is de rente het kleinst.

Hypotheeksom 200.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 843 843 843
Bruto maandlast rente 5% 926 1.003 1.039
Stijging bruto p/mnd 83 160 196
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 500 500 500
Bruto maandlast rente 5% 833 833 833
Stijging bruto p/mnd 333 333 333

Hypotheeksom 250.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.054 1.054 1.054
Bruto maandlast rente 5% 1.158 1.254 1.299
Stijging bruto p/mnd 104 200 245
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 625 625 625
Bruto maandlast rente 5% 1.042 1.042 1.042
Stijging bruto p/mnd 417 417 417

Hypotheeksom 310.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.306 1.306 1.306
Bruto maandlast rente 5% 1.436 1.554 1.611
Stijging bruto p/mnd 128 248 304
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 775 775 775
Bruto maandlast rente 5% 1.291 1.291 1.291
Stijging bruto p/mnd 516 516 516

Hypotheeksom 350.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.475 1.475 1.475
Bruto maandlast rente 5% 1.621 1.755 1.818
Stijging bruto p/mnd 145 280 343
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 875 875 875
Bruto maandlast rente 5% 1.458 1.458 1.458
Stijging bruto p/mnd 583 583 583

Hypotheeksom 400.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.686 1.686 1.686
Bruto maandlast rente 5% 1.852 2.006 2.078
Stijging bruto p/mnd 166 320 392
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.000 1.000 1.000
Bruto maandlast rente 5% 1.667 1.667 1.667
Stijging bruto p/mnd 667 667 667

Hypotheeksom 500.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 2.108 2.108 2.108
Bruto maandlast rente 5% 2.315 2.508 2.598
Stijging bruto p/mnd 208 400 490
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.250 1.250 1.250
Bruto maandlast rente 5% 2.083 2.083 2.083
Stijging bruto p/mnd 833 833 833

Hypotheeksom 600.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 2.529 2.529 2.529
Bruto maandlast rente 5% 2.778 3.009 3.117
Stijging bruto p/mnd 249 480 588
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.500 1.500 1.500
Bruto maandlast rente 5% 2.500 2.500 2.500
Stijging bruto p/mnd 1.000 1.000 1.000

Hypotheeksom 700.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 2.951 2.951 2.951
Bruto maandlast rente 5% 3.241 3.511 3.637
Stijging bruto p/mnd 291 560 686
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 1.750 1.750 1.750
Bruto maandlast rente 5% 2.917 2.917 2.917
Stijging bruto p/mnd 1.167 1.167 1.167

Hypotheeksom 800.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 3.372 3.372 3.372
Bruto maandlast rente 5% 3.704 4.012 4.156
Stijging bruto p/mnd 332 640 784
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 2.000 2.000 2.000
Bruto maandlast rente 5% 3.333 3.333 3.333
Stijging bruto p/mnd 1.333 1.333 1.333

Hypotheeksom 900.000,-

  • Maandlasten ‘nu’ bij rente 3%
  • Maandlasten bij rente 5% na rentevaste periode
  • Rentestijging 2%
Annuïteitenhypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 3.794 3.794 3.794
Bruto maandlast rente 5% 4.167 4.514 4.676
Stijging bruto p/mnd 374 720 882
Aflosvrije hypotheek
Rentevaste periode 20 jaar 10 jaar 5 jaar
Bruto maandlast rente 3% 2.250 2.250 2.250
Bruto maandlast rente 5% 3.750 3.750 3.750
Stijging bruto p/mnd 1.500 1.500 1.500

Handige links naar andere websites